De klokken: 3, 5, 8 en 24 seconden, en wanneer de schotklok naar 14 gaat
Het team met de bal heeft vier tijdregels: 3 seconden in de beperkte zone, 5 seconden voor de speler die nauw bewaakt wordt, 8 seconden om de bal in het voorveld te brengen en 24 seconden voor een schot dat de ring raakt. Alle vier kosten ze de bal. De schotklok gaat bij nieuw balbezit naar 24 en na een eigen rebound van de ring of een inworp in het eigen voorveld naar 14. Hieronder staan de vier regels met de tekening van het veld en de tabel van de schotklok.
Vier tijdregels met dezelfde straf
Vier regels
Het team met de bal heeft vier tijdregels. De eerste twee zijn de 3 seconden in de beperkte zone en de 5 seconden voor de nauw bewaakte speler. Daarnaast heeft het team 8 seconden om de bal in het voorveld te brengen en 24 seconden voor een schot. Alle vier zijn overtredingen met dezelfde straf. De tegenstander krijgt een inworp bij de plek van de overtreding, maar nooit recht achter het bord. De scheidsrechter telt de 5 seconden en de 8 seconden zichtbaar met de arm. De 24 seconden staan op de schotklok boven het bord, naast de wedstrijdklok met de speeltijd. De schotklokoperator aan de tafel bedient de schotklok.

Op de tekening zie je het veld van boven, met de aanval van links naar rechts. De pijl over de middenlijn staat voor de 8 seconden. Het cijfer 3 staat in de beperkte zone en het cijfer 5 bij de speler die de bal vasthoudt en zijn verdediger. Boven het bord hangt de schotklok met 24 en 14.
De 3 seconden in de beperkte zone
De regel
Een aanvaller mag niet langer dan 3 seconden achter elkaar in de beperkte zone van de tegenstander staan. Dat geldt alleen als zijn team een levende bal onder controle heeft, die bal in het voorveld is en de wedstrijdklok loopt. Bij een inworp loopt de wedstrijdklok nog niet en de telling dus ook niet. Na een schot en een rebound van een teamgenoot begint de telling weer bij nul.
De lijnen horen bij de zone, behalve de eindlijn. Je staat pas buiten de zone als je met beide voeten op de vloer erbuiten staat. Een voet op de lijn is nog in de zone.
De drie uitzonderingen
De scheidsrechter rekent soepel voor een speler die:
- een poging doet om de zone te verlaten;
- in de zone staat op het moment dat hij zelf of een teamgenoot schiet;
- al minder dan 3 seconden in de zone staat en dan dribbelt om te scoren.
De laatste zie je het vaakst. Wie na 2 seconden in de zone de bal krijgt en meteen naar de basket dribbelt hoort geen fluitsignaal. Dat geldt ook als de actie langer duurt dan 3 seconden. De regel geldt alleen voor de aanval. Een verdediger mag onder zijn eigen basket blijven staan.
De 5 seconden voor de nauw bewaakte speler
Wie nauw bewaakt is
Een speler die op het veld een levende bal vasthoudt kan nauw bewaakt zijn, in het Engels closely guarded. Dat is hij als een tegenstander hem actief verdedigt op hoogstens een meter. De tegenstander staat daarbij in een legale verdedigingspositie: met het gezicht naar hem toe en beide voeten op de vloer. Aanraken is niet nodig.
De regel
Een nauw bewaakte speler moet binnen 5 seconden passen, schieten of dribbelen. Doet hij geen van de drie, dan krijgt de tegenstander de bal. Let op het woord vasthouden: een speler die dribbelt wordt niet geteld, hoe dicht de verdediger ook staat. Pas als hij de dribbel beëindigt en de bal vasthoudt terwijl de verdediger binnen een meter blijft, begint de telling. De bal laten glippen en weer vangen is geen dribbel.
De 8 seconden naar het voorveld
Wanneer de 8 seconden beginnen
Het team dat de bal in het eigen achterveld onder controle krijgt moet hem binnen 8 seconden in het voorveld brengen. De telling begint zodra een speler in het achterveld de controle heeft. Bij een inworp begint de telling zodra de bal een speler in het achterveld raakt en niet bij het aanreiken.
Wanneer de bal in het voorveld is
De bal is in het voorveld als hij los de vloer van het voorveld raakt. Hij is er ook als hij een aanvaller raakt die met beide voeten helemaal in het voorveld staat. Hetzelfde geldt als hij aan die kant van de middenlijn een verdediger of scheidsrechter raakt. Bij een dribbel is de bal in het voorveld als de bal en beide voeten van de dribbelaar helemaal in het voorveld zijn.
De middenlijn hoort bij het achterveld. Wie met een voet op de middenlijn staat is nog in het achterveld. Dat geldt ook voor wie met beide voeten over de lijn is maar de bal nog in het achterveld stuit. Pas als de bal en beide voeten over de lijn zijn stopt de telling.
Doorlopen of opnieuw
In zes gevallen houdt hetzelfde team de bal met een inworp in het eigen achterveld. De periode van 8 seconden loopt dan door met de resterende tijd. Het eerste geval is de bal uit, ook als de verdediger hem uittikt. Verder gaat het om een eigen blessure, een eigen technische fout en een sprongbalsituatie met de pijl naar dat team. Ook bij een dubbelfout en bij het wegvallen van gelijke straffen loopt de tijd door. Na een fout of een andere overtreding van de verdediging krijg je wel een nieuwe periode.
Na een overtreding van de 8 seconden neemt de tegenstander in zijn voorveld in. Dat gebeurt bij de plek waar de bal was toen de tijd om was. De schotklok staat dan op 14.
De schotklok: een schot binnen 24 seconden
De regel
Zodra een speler op het veld een levende bal onder controle krijgt, moet zijn team binnen 24 seconden een schot voor een score doen. Bij een inworp begint de schotklok zodra de bal een speler op het veld raakt. Een tik van een tegenstander is geen nieuw balbezit.
Een schot telt voor de schotklok alleen als twee dingen waar zijn:
- De bal verlaat de hand van de schutter voordat het signaal klinkt.
- Daarna raakt de bal de ring of gaat hij in de basket.
Alleen het bord raken of geblokt worden telt dus niet.
Het signaal klinkt terwijl de bal in de lucht is
De scheidsrechter wacht af:
| De bal | De beslissing |
|---|---|
| gaat in de basket | geen overtreding, de score telt |
| raakt de ring en gaat er niet in | geen overtreding, doorspelen |
| mist de ring | overtreding, tenzij de tegenstander meteen en duidelijk de bal onder controle krijgt; dan doorspelen |
Komt de bal na een misser via een paar handen bij de tegenstander, dan is dat niet meteen en duidelijk. De scheidsrechter fluit dan alsnog. Na een schotklokovertreding neemt de tegenstander in bij de plek waar het spel werd stilgelegd, maar nooit recht achter het bord. Een bal die daarna nog in de basket valt telt niet.
Wanneer de schotklok naar 24 of 14 gaat
Nieuw balbezit geeft 24 op de schotklok en een inworp in het eigen voorveld 14
Krijgt een team tijdens het spel nieuw balbezit, dan gaat de schotklok naar 24. Dat geldt overal op het veld. Krijgt de verdediging de bal na een fout of overtreding van de aanval, dan telt de plek van de inworp. In het eigen achterveld gaat de klok naar 24 en in het eigen voorveld naar 14. Het voorveld van rood is het achterveld van blauw. Na een overtreding van rood in zijn voorveld neemt blauw daar in zijn achterveld in en krijgt 24.
Wanneer de schotklok op 14 gaat
| Situatie | Schotklok |
|---|---|
| de bal raakt de ring en hetzelfde team pakt hem weer, ook na een pass of een laatste vrije worp | 14, waar de bal ook gepakt wordt |
| fout of overtreding van de verdediging behalve de bal uit, inworp van de aanval in het voorveld, er stond 13 of minder | 14 |
| idem, er stond 14 of meer | de klok loopt door |
| fout of overtreding van de verdediging behalve de bal uit, inworp van de aanval in het achterveld | 24 |
| inworp bij de inworplijn na een disruptieve, flagrante of diskwalificerende fout | 14 |
| de tegenstander neemt na een fout of overtreding van de aanval in zijn voorveld in | 14 |
Het bord raken of geblokt worden is geen aanraking van de ring.
Wanneer de klok blijft staan
In dezelfde zes gevallen als bij de 8 seconden loopt ook de schotklok door met de resterende tijd. Dat geldt dus ook als de verdediger de bal uittikt. Soms stopt de scheidsrechter het spel om iets wat met geen van beide teams te maken heeft. Dan krijgt de aanval 24 of 14 zoals na een fout van de verdediging. De verdediging wordt daardoor nooit benadeeld.
De schotklok en de wedstrijdklok
Krijgt een team nieuw balbezit met minder dan 24 seconden op de wedstrijdklok, dan gaat de schotklok uit. Het einde van het kwart is dan de grens. Soms pakt de aanval na een aanraking van de ring de bal terug met meer dan 14 en minder dan 24 seconden op de wedstrijdklok. Dan gaat de schotklok aan op 14. Staan er 14 seconden of minder op de wedstrijdklok, dan blijft hij uit.
Wat de schotklokoperator doet
De schotklokoperator aan de tafel start de klok zodra een team de bal onder controle krijgt of de bal na een inworp een speler raakt. Mag hetzelfde team opnieuw innemen, dan zet hij de klok stil met de tijd zichtbaar. Hij zet de klok terug op 24 of 14, en zet hem uit bij te weinig speeltijd. Het signaal stopt het spel alleen als een team de bal onder controle heeft. De NBA heeft eigen schotklokregels die op televisie net anders uitpakken. Op de toets geef je de FIBA-regel.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Rood heeft de bal in het voorveld en de wedstrijdklok loopt. Anna (rood) staat zonder bal in de beperkte zone van blauw terwijl Bas (rood) buiten de driepuntslijn dribbelt. Na 4 seconden staat Anna er nog, zonder een poging te doen om de zone te verlaten. Wat fluit je?
Overtreding van de 3 seconden door Anna: inworp voor blauw op de plek het dichtst bij de overtreding. Een aanvaller mag niet langer dan 3 seconden achter elkaar in de beperkte zone van de tegenstander staan terwijl zijn team een levende bal in het voorveld heeft en de wedstrijdklok loopt. De straf voor een overtreding is een inworp voor de tegenstander.
Anna (rood) staat 2 seconden in de beperkte zone van blauw als ze de bal krijgt van Bas (rood). Ze dribbelt meteen naar de basket en schiet een lay-up. Vanaf het moment dat ze de zone in liep tot het schot zijn 4 seconden verstreken. De wedstrijdklok liep de hele tijd. Wat beslis je?
Geen overtreding, de lay-up telt gewoon. Er geldt een uitzondering voor een speler die al minder dan 3 seconden in de zone staat en dan dribbelt om te scoren.
Chris (rood) vangt buiten de beperkte zone een pass in zijn voorveld en houdt de bal vast. Dana (blauw) staat met haar gezicht naar hem toe en beide voeten op de vloer op minder dan een meter en beweegt actief mee. Chris houdt de bal 6 seconden vast zonder te passen, te schieten of te dribbelen. Dana raakt hem niet aan. Wat fluit je?
Overtreding van de 5 seconden door Chris: inworp voor blauw. Chris is nauw bewaakt: hij houdt een levende bal vast en een tegenstander verdedigt hem actief binnen een meter in een legale verdedigingspositie. Hij moet dan binnen 5 seconden passen, schieten of dribbelen.