Het team: twaalf op het formulier, vijf in het veld
Een team bestaat uit hoogstens twaalf teamleden die mogen spelen, met vijf spelers in het veld. Het shirt en de broek hebben voor en achter dezelfde hoofdkleur, de nummers lopen van 0 en 00 tot en met 99, en alles wat een ander kan verwonden blijft in de tas. Een speler die bloedt wordt altijd gewisseld. Alleen de aanvoerder praat met de scheidsrechters, beleefd en bij een dode bal. Hieronder staat alles over het team zoals het in les 3 van de cursus staat.
Twaalf op het formulier en vijf in het veld
Wie bij het team hoort
Een team bestaat uit hoogstens twaalf teamleden die mogen spelen, met de aanvoerder erbij. Daarnaast zijn er een coach en hoogstens acht begeleiders op de bank, zoals assistent-coaches en een arts. Alleen de eerste assistent-coach komt op het formulier. Wie voor het begin op het wedstrijdformulier staat mag spelen, ook als hij pas na het beginsignaal binnenkomt. Dat blijft zo zolang hij niet is gediskwalificeerd en zijn laatste toegestane fout nog niet heeft gemaakt. Hoeveel fouten dat zijn lees je in les 10 van de cursus. Het team kiest zelf wie erop komt. Een geblesseerde speler die niet gaat spelen mag op de bank zitten.
Tijdens de speeltijd staan van elk team vijf teamleden in het veld: de spelers. Wie mag spelen maar op de bank zit is wisselspeler. Wie van het veld moest na zijn laatste toegestane fout is een speler met vijf fouten. Hij speelt niet meer maar blijft op de bank. In de pauzes gelden alle teamleden die mogen spelen als spelers.
Wat een wissel is
Een wisselspeler wordt speler op het moment dat de scheidsrechter hem het veld in wenkt. De speler die eruit gaat wordt dan wisselspeler. Tijdens een time-out is dat zodra de wisselspeler zich bij de timer meldt. Wanneer en hoe je een wissel aanvraagt lees je in les 12 van de cursus.
Het tenue
Zo ziet het tenue eruit
Alle teamleden dragen een shirt en een korte broek met voor en achter dezelfde hoofdkleur. Mouwen eindigen boven de elleboog, het shirt zit in de broek en de broek eindigt boven de knie. De sokken hebben voor alle teamleden dezelfde hoofdkleur. Sinds 1 oktober 2026 hoeven ze niet meer zichtbaar te zijn. Ze mogen dus bij een paar spelers onder een enkelbrace of een compressiekous zitten.
De nummers
Elk teamlid draagt voor en achter op het shirt een duidelijk nummer in een kleur die afsteekt tegen het shirt. Op de rug is het nummer minstens 16 centimeter hoog en op de borst minstens 8 centimeter. De nummers 0, 00 en 1 tot en met 99 zijn toegestaan. Twee spelers van hetzelfde team dragen nooit hetzelfde nummer.
Licht en donker
Elk team heeft minstens twee stellen shirts. Het thuisteam speelt in lichte shirts, liefst wit, en het bezoekende team in donkere. De teams mogen dat samen omdraaien. In de competities van de NBB speelt het bezoekende team in een afwijkende kleur als beide teams dezelfde of bijna dezelfde kleur hebben.
Wat je verder draagt
Alles wat je draagt moet bij basketbal passen en mag je geen oneerlijk voordeel geven. Verboden is alles waarmee je een ander kunt verwonden. Dat is bescherming voor vingers, handen, polsen, ellebogen of onderarmen van leer, plastic, metaal of ander hard materiaal, ook met zachte bekleding erom. Zacht plastic valt daar ook onder. Helmen, gips, haaraccessoires en sieraden zijn ook verboden, net als alles wat kan snijden of schaven, zoals lange nagels.
Wel toegestaan zijn goed gevoerde bescherming voor bovenarm, dij of onderbeen en compressiekleding in elke lengte. Een hoofdbedekking die het gezicht vrijlaat en geen sluiting heeft mag ook. Verder mogen knie-, schouder- en enkelbraces, een neusbeschermer, een doorzichtige gebitsbeschermer, een veilige bril, stoffen polsbanden en hoofdbanden tot 10 centimeter breed en tape. Compressiekleding, hoofdbedekking, polsbanden, hoofdbanden en tape hebben bij alle spelers van het team dezelfde effen kleur. Een witte hoofdband bij de een en een rode polsband bij de ander mag dus niet.
Blessures
Wanneer de scheidsrechter fluit
Bij een blessure mogen de scheidsrechters het spel stoppen. Als de bal levend is wacht de scheidsrechter tot de aanval van het team met de bal voorbij is. Hij fluit eerder als geen van beide teams daar nadeel van heeft, en meteen als dat nodig is om de geblesseerde speler te beschermen.
Wie het veld uit moet
De geblesseerde speler moet gewisseld worden als hij niet binnen ongeveer 15 seconden verder kan. Dat geldt ook als hij behandeling of hulp krijgt van zijn eigen coach, assistent-coaches, wisselspelers, spelers met vijf fouten of begeleiders. Komt iemand van de bank met toestemming van de scheidsrechter het veld op om hem bij te staan? Dan is dat hulp, ook als er niets behandeld wordt. De uitzondering: het team hoeft niet te wisselen als het daardoor met minder dan vijf spelers in het veld zou staan.
Een handdoek, een bidon of snel een nieuwe tape bij de bank kost geen wissel, zolang het spel er niet door vertraagt. Als de fysiotherapeut daarvoor het bankgebied uit komt is het wel hulp en wordt de speler gewisseld.
Bloed
Een speler die bloedt of een open wond heeft moet altijd gewisseld worden. Hij mag pas terug als het bloeden is gestopt en de wond helemaal en veilig is afgedekt.
Hersteld tijdens een time-out
Soms vraagt een van beide teams een time-out en is de geblesseerde of bloedende speler aan het eind daarvan hersteld. Dan mag hij blijven spelen, mits het signaal van de timer klinkt voordat de scheidsrechter zijn wisselspeler het veld in heeft gewenkt.
De aanvoerder
De aanvoerder is de speler die de coach aanwijst om het team in het veld te vertegenwoordigen. Op het formulier staat CAP achter zijn naam. Hij is de enige speler die met de scheidsrechters praat. Dat doet hij beleefd om informatie te vragen en alleen als de bal dood is en de wedstrijdklok stilstaat. Als hij het veld verlaat geeft de coach aan een scheidsrechter het nummer door van de speler die in het veld als aanvoerder optreedt. Volgens het wedstrijdreglement van de NBB kan alleen de vereniging protest indienen. Dat gaat binnen drie werkdagen naar de competitieleiding en alleen tegen een fout in het bijhouden van de score.
De aanvoerder als coach
Soms is er geen coach of kan de coach niet verder, en staat er geen eerste assistent-coach op het formulier. Dan treedt de aanvoerder op als aanvoerder-coach. Als hij het veld moet verlaten mag hij daarmee doorgaan vanaf de bank.
De coach en de eerste assistent-coach
Voor de wedstrijd
Minstens 40 minuten voor de aanvangstijd geeft de coach de scorer een lijst met de namen en nummers van de teamleden die mogen spelen. Daarop staan ook de aanvoerder, de coach en de eerste assistent-coach. Minstens 10 minuten voor het begin bevestigt hij die gegevens met zijn handtekening. Hij zet ook zelf een kruisje bij de vijf spelers die beginnen.
Op de bank
In het bankgebied zitten alleen de coaches, de assistent-coaches, de wisselspelers, de spelers met vijf fouten en de begeleiders. Tijdens de speeltijd blijven wisselspelers, spelers met vijf fouten en begeleiders zitten. De coach of de eerste assistent-coach mag staan, maar nooit beiden tegelijk. Ze mogen de spelers aanwijzingen roepen zolang ze in hun bankgebied blijven.
Wat ze mogen vragen
Net als de aanvoerder mag de coach alleen bij een dode bal en een stilstaande wedstrijdklok beleefd informatie vragen aan de scheidsrechters. De eerste assistent-coach praat niet met de scheidsrechters. Wel mogen beiden op zo'n moment naar de tafel voor statistische informatie. Als de coach niet verder kan neemt de eerste assistent-coach op het formulier alle taken over.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Anna (rood) blijft na een rebound op de vloer liggen met haar hand om haar enkel. Je stopt het spel. De coach van rood vraagt toestemming, loopt het veld op en kijkt naar de enkel. Na een paar seconden staat Anna op en zegt dat ze gewoon door kan. Wat beslis je?
Anna moet gewisseld worden, tenzij rood daardoor met minder dan vijf spelers in het veld zou staan. Zodra iemand van de bank het veld op komt om een geblesseerde speler bij te staan is dat hulp. De speler moet dan gewisseld worden, ook al is er niets behandeld.
Na contact onder de basket heeft Bas (blauw) een bloedende wenkbrauw. Hij veegt het weg en wil doorspelen, want het is volgens hem maar een schrammetje. Wat beslis je?
Bas moet gewisseld worden en mag pas terug als het bloeden is gestopt en de wond helemaal is afgedekt. Een speler die bloedt of een open wond heeft wordt gewisseld. Hij mag terug zodra het bloeden gestopt is en de wond volledig en veilig is afgedekt.
Chris (rood) ligt geblesseerd op de vloer en kan niet meteen verder. Je geeft het teken voor een wissel. Voordat de wisselspeler van rood het veld in is vraagt de coach van blauw een time-out. Je kent die toe. Na de time-out is Chris hersteld en wil hij blijven spelen. Wat beslis je?
Chris mag doorspelen, want hij herstelde tijdens de time-out voordat zijn wisselspeler het veld in kwam. Als een geblesseerde speler tijdens een time-out van een van beide teams herstelt voordat de wissel is uitgevoerd dan mag hij blijven spelen.