Wat betekent dat teken van de scheidsrechter?
Een open hand omhoog is een overtreding, een gebalde vuist omhoog is een fout. Daarna laat de scheidsrechter met een teken zien wat hij zag, wijst hij de speelrichting aan of meldt hij aan de tafel het nummer van de speler, het soort fout en de straf. Hieronder staan de 41 tekens die je het meest ziet, groot zodra je ze aanwijst of aantikt, en wat de mensen aan de tafel doen.
Wie er fluit en wie er zit
Het team dat de wedstrijd leidt
Een wedstrijd heeft een crew chief en een of twee scheidsrechters. De tafel helpt hen. Aan de tafel zitten de scorer, de assistent-scorer, de timer en de schotklokoperator. In de zaal heet de tafel vaak de jury.
Scheidsrechters horen bij geen van beide teams. Zij en de tafel leiden de wedstrijd volgens de regels en mogen die niet veranderen.
De crew chief
De crew chief is de eerste scheidsrechter. Zijn bevoegdheid begint zodra hij 20 minuten voor de aanvangstijd het veld op komt. Ze eindigt met het eindsignaal dat hij goedkeurt.
Voor de wedstrijd
Hij keurt het materiaal en wijst de officiële wedstrijdklok, schotklok en stopwatch aan. Hij kiest de wedstrijdbal uit minstens twee gebruikte ballen van het thuisteam en laat geen speler spelen met iets dat een ander kan verwonden.
Tijdens en na de wedstrijd
De crew chief neemt de sprongbal bij het begin van het eerste kwart. Bij het begin van de andere kwarten en de verlengingen geeft hij de inworp. Als de scheidsrechters het oneens zijn neemt hij de uiteindelijke beslissing, zo nodig na overleg met zijn collega of de tafel. Hij beslist ook waar de regels niets over zeggen. Na afloop controleert hij het wedstrijdformulier, keurt het goed en tekent het.
De scheidsrechters op het veld
Waar en wanneer je beslist
Je bevoegdheid geldt binnen de lijnen en erbuiten: de tafel, de bankgebieden en de vloer direct achter de lijnen horen erbij. Je fluit als de regels worden overtreden, als een kwart of verlenging eindigt en als je het nodig vindt om het spel te stoppen. Je fluit nooit na een score, na een vrije worp die raak is of als de bal levend wordt.
Elke scheidsrechter beslist binnen zijn eigen taak en trekt de beslissing van een collega niet in twijfel. Als een scheidsrechter uitvalt en niet binnen 5 minuten verder kan dan fluit de ander alleen, tenzij er een bevoegde vervanger is.
Lead en trail
Met twee scheidsrechters verdeel je het veld. De lead staat bij de eindlijn naast de basket en kijkt naar het spel onder de ring. De trail staat achter het spel rond de driepuntslijn aan de andere zijlijn. Hij volgt de bal en de schotklok. Bij een balwisseling loop je allebei naar de andere kant en wissel je van rol.

De tekening toont de lead, de trail en de tafel met van links naar rechts de schotklokoperator, de timer, de scorer en de assistent-scorer.
Eerst fluiten en dan het teken
Je fluit en steekt tegelijk een arm omhoog: een open hand voor een overtreding en een gebalde vuist voor een fout. Zo stopt de timer de klok. Dan laat je met het teken zien wat je zag. Bij een overtreding wijs je daarna de speelrichting aan met je arm evenwijdig aan de zijlijn. Bij een fout meld je aan de tafel het nummer van de speler en het soort fout. Daarna meld je de straf: het aantal vrije worpen of de speelrichting.
| Beslissing | Signaal |
|---|---|
| Bal uit | open hand omhoog, dan wijzen in de speelrichting met de arm langs de zijlijn |
| Lopen | open hand omhoog, vuisten om elkaar draaien, dan de speelrichting |
| Dubbel dribbelen | open hand omhoog, kloppende beweging met de handpalm, dan de speelrichting |
| 3 seconden | open hand omhoog, arm zwaaien met drie vingers, dan de speelrichting |
| Schotklok verlopen | open hand omhoog, vingers op de schouder, dan de speelrichting |
| Score van 3 punten | een arm met drie vingers bij het schot, beide armen omhoog als hij erin gaat |
| Vasthouden | vuist omhoog, pols vastpakken en omlaag, dan naar de tafel: nummer, fout, straf |
| Blocking | vuist omhoog, beide handen in de zij, dan naar de tafel: nummer, fout, straf |
| Charging met de bal | vuist omhoog, vuist slaat in de open hand, dan de vuist in de speelrichting |
| Time-out | een T vormen met de handen en de wijsvinger tonen |
De signalen
De handsignalen in de regels zijn de enige die gelden. De regels tonen er 72 en daar horen de spelersnummers bij. Hieronder staan de 41 die je het meest ziet. Als je de muis op een teken zet of erop tikt wordt het groot.










































Het raster zet dezelfde 41 signalen naast elkaar.
De tafel
De scorer en het wedstrijdformulier
De scorer houdt het wedstrijdformulier bij op papier of digitaal in het DWF. Het thuisteam is team A en staat bovenaan. Voor de wedstrijd zet elke coach een kruisje bij de vijf spelers die beginnen en tekent het formulier. Tijdens de wedstrijd houdt de scorer bij:
- de score, doorlopend: een streep voor een veldscore, een bolletje voor een vrije worp, het nummer van de schutter ernaast;
- de fouten per speler: P, T, DI, FL of D met het aantal vrije worpen erachter. Elke fout die meetelt voor uitsluiting krijgt een rondje. Fouten van de bank komen bij de coach met B, C of BD;
- de teamfouten, met een kruis in een van de vier hokjes per kwart;
- de time-outs, met de minuut van de speeltijd in het hokje bij de helft of de verlenging;
- de pijl voor beurtelings balbezit, die hij na de eerste helft omdraait.
Hij waarschuwt meteen een scheidsrechter als een speler of coach moet worden uitgesloten en als een coach geen time-out meer heeft. De assistent-scorer bedient het scorebord. Bij een verschil dat niet is op te lossen geldt het formulier. Een fout op het formulier herstelt de scorer in overleg met de crew chief, binnen de grenzen van de herstelbare fouten uit les 12.
De timer en de wedstrijdklok
De timer bedient de wedstrijdklok en een stopwatch. Hij meet de speeltijd, de time-outs en de pauzes. Wanneer hij de wedstrijdklok start en stopt las je in les 4 van de cursus.
Na elke fout steekt hij het bordje met het aantal fouten van die speler omhoog, zodat beide coaches het zien. Hij meldt een scheidsrechter direct dat een speler zijn laatste fout heeft gemaakt. Zodra de teamfoutenregel ingaat zet hij het rode teamfoutenbordje aan de kant van dat team. Zijn signaal klinkt alleen bij een dode bal en stopt de klok niet. Bij een time-out start hij de stopwatch zodra de scheidsrechter fluit en het teken geeft. Na 50 seconden geeft hij een signaal en nog een als de time-out voorbij is.
De schotklokoperator
De schotklokoperator start de schotklok zodra een team balbezit krijgt en bij een inworp zodra de bal een speler op het veld raakt. In les 7 las je wanneer hij de klok stilzet, terugzet op 24 of 14 of uitzet. Zijn signaal stopt het spel alleen als een team balbezit heeft.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Een bal gaat bij de zijlijn uit na contact tussen Anna (rood) en Bas (blauw). De crew chief wijst de inworp toe aan rood, de andere scheidsrechter wijst tegelijk naar blauw. Ze blijven het oneens. Wie beslist?
De crew chief neemt de uiteindelijke beslissing, zo nodig na overleg met zijn collega en de tafel. Als de scheidsrechters van mening verschillen neemt de crew chief de uiteindelijke beslissing; daarvoor mag hij de andere scheidsrechter en de tafel raadplegen.
Chris (rood) scoort met een sprongschot van binnen de driepuntslijn. De bal valt door de basket en de wedstrijdklok loopt door. Wat doe je als scheidsrechter?
Niet fluiten, alleen het teken voor 2 punten geven. De scheidsrechters fluiten niet na een score, niet na een vrije worp die raak is en niet als de bal levend wordt; de score geef je aan met het teken.
Terwijl de bal levend is, maakt een wisselspeler van blauw vanaf de bank een respectloze opmerking tegen een scheidsrechter. De bank ligt buiten de lijnen. Mag de scheidsrechter daar iets mee doen?
Ja, zijn bevoegdheid geldt ook buiten de lijnen, bij de tafel en in de bankgebieden. De scheidsrechters beslissen over overtredingen van de regels binnen en buiten de lijnen, met inbegrip van de vloer bij de tafel, de bankgebieden en de ruimte direct achter de lijnen.