BASKETBAL 58 — Leer en Speel

Wat betekent dat teken van de scheidsrechter?

Een open hand omhoog is een overtreding, een gebalde vuist omhoog is een fout. Daarna laat de scheidsrechter met een teken zien wat hij zag, wijst hij de speelrichting aan of meldt hij aan de tafel het nummer van de speler, het soort fout en de straf. Hieronder staan de 41 tekens die je het meest ziet, groot zodra je ze aanwijst of aantikt, en wat de mensen aan de tafel doen.

Wie er fluit en wie er zit

Het team dat de wedstrijd leidt

Een wedstrijd heeft een crew chief en een of twee scheidsrechters. De tafel helpt hen. Aan de tafel zitten de scorer, de assistent-scorer, de timer en de schotklokoperator. In de zaal heet de tafel vaak de jury.

Scheidsrechters horen bij geen van beide teams. Zij en de tafel leiden de wedstrijd volgens de regels en mogen die niet veranderen.

De crew chief

De crew chief is de eerste scheidsrechter. Zijn bevoegdheid begint zodra hij 20 minuten voor de aanvangstijd het veld op komt. Ze eindigt met het eindsignaal dat hij goedkeurt.

Voor de wedstrijd

Hij keurt het materiaal en wijst de officiële wedstrijdklok, schotklok en stopwatch aan. Hij kiest de wedstrijdbal uit minstens twee gebruikte ballen van het thuisteam en laat geen speler spelen met iets dat een ander kan verwonden.

Tijdens en na de wedstrijd

De crew chief neemt de sprongbal bij het begin van het eerste kwart. Bij het begin van de andere kwarten en de verlengingen geeft hij de inworp. Als de scheidsrechters het oneens zijn neemt hij de uiteindelijke beslissing, zo nodig na overleg met zijn collega of de tafel. Hij beslist ook waar de regels niets over zeggen. Na afloop controleert hij het wedstrijdformulier, keurt het goed en tekent het.

De scheidsrechters op het veld

Waar en wanneer je beslist

Je bevoegdheid geldt binnen de lijnen en erbuiten: de tafel, de bankgebieden en de vloer direct achter de lijnen horen erbij. Je fluit als de regels worden overtreden, als een kwart of verlenging eindigt en als je het nodig vindt om het spel te stoppen. Je fluit nooit na een score, na een vrije worp die raak is of als de bal levend wordt.

Elke scheidsrechter beslist binnen zijn eigen taak en trekt de beslissing van een collega niet in twijfel. Als een scheidsrechter uitvalt en niet binnen 5 minuten verder kan dan fluit de ander alleen, tenzij er een bevoegde vervanger is.

Lead en trail

Met twee scheidsrechters verdeel je het veld. De lead staat bij de eindlijn naast de basket en kijkt naar het spel onder de ring. De trail staat achter het spel rond de driepuntslijn aan de andere zijlijn. Hij volgt de bal en de schotklok. Bij een balwisseling loop je allebei naar de andere kant en wissel je van rol.

Speelhelft van boven met de lead bij de eindlijn aan de kant van de bal, de trail rond de driepuntslijn aan de andere kant en de tafel aan de zijlijn

De tekening toont de lead, de trail en de tafel met van links naar rechts de schotklokoperator, de timer, de scorer en de assistent-scorer.

Eerst fluiten en dan het teken

Je fluit en steekt tegelijk een arm omhoog: een open hand voor een overtreding en een gebalde vuist voor een fout. Zo stopt de timer de klok. Dan laat je met het teken zien wat je zag. Bij een overtreding wijs je daarna de speelrichting aan met je arm evenwijdig aan de zijlijn. Bij een fout meld je aan de tafel het nummer van de speler en het soort fout. Daarna meld je de straf: het aantal vrije worpen of de speelrichting.

BeslissingSignaal
Bal uitopen hand omhoog, dan wijzen in de speelrichting met de arm langs de zijlijn
Lopenopen hand omhoog, vuisten om elkaar draaien, dan de speelrichting
Dubbel dribbelenopen hand omhoog, kloppende beweging met de handpalm, dan de speelrichting
3 secondenopen hand omhoog, arm zwaaien met drie vingers, dan de speelrichting
Schotklok verlopenopen hand omhoog, vingers op de schouder, dan de speelrichting
Score van 3 punteneen arm met drie vingers bij het schot, beide armen omhoog als hij erin gaat
Vasthoudenvuist omhoog, pols vastpakken en omlaag, dan naar de tafel: nummer, fout, straf
Blockingvuist omhoog, beide handen in de zij, dan naar de tafel: nummer, fout, straf
Charging met de balvuist omhoog, vuist slaat in de open hand, dan de vuist in de speelrichting
Time-outeen T vormen met de handen en de wijsvinger tonen

De signalen

De handsignalen in de regels zijn de enige die gelden. De regels tonen er 72 en daar horen de spelersnummers bij. Hieronder staan de 41 die je het meest ziet. Als je de muis op een teken zet of erop tikt wordt het groot.

Teken 1: Klok stoppen, open hand omhoog
1. Klok stoppen, open hand omhoog
Teken 2: Klok stoppen voor een fout, gebalde vuist omhoog
2. Klok stoppen voor een fout, gebalde vuist omhoog
Teken 3: Klok starten, hakkende beweging met de hand omlaag
3. Klok starten, hakkende beweging met de hand omlaag
Teken 4: 1 punt, een vinger en een zwaai uit de pols
4. 1 punt, een vinger en een zwaai uit de pols
Teken 5: 2 punten, twee vingers en een zwaai uit de pols
5. 2 punten, twee vingers en een zwaai uit de pols
Teken 6: 3 punten, drie vingers gestrekt, een arm bij de poging en beide armen bij een score
6. 3 punten, drie vingers gestrekt, een arm bij de poging en beide armen bij een score
Teken 7: Score of spel annuleren, de armen een keer als een schaar voor de borst kruisen
7. Score of spel annuleren, de armen een keer als een schaar voor de borst kruisen
Teken 8: Wissel, de onderarmen voor de borst kruisen
8. Wissel, de onderarmen voor de borst kruisen
Teken 9: Inkomen, open hand naar het lichaam toe wenken
9. Inkomen, open hand naar het lichaam toe wenken
Teken 10: Time-out, een T vormen met de handen en de wijsvinger tonen
10. Time-out, een T vormen met de handen en de wijsvinger tonen
Teken 11: Zichtbare telling, tellen met een zwaaiende handpalm
11. Zichtbare telling, tellen met een zwaaiende handpalm
Teken 12: Schotklok terugzetten, de hand ronddraaien met gestrekte wijsvinger
12. Schotklok terugzetten, de hand ronddraaien met gestrekte wijsvinger
Teken 13: Richting van het spel, bal uit, wijzen in de speelrichting met de arm evenwijdig aan de zijlijn
13. Richting van het spel, bal uit, wijzen in de speelrichting met de arm evenwijdig aan de zijlijn
Teken 14: Sprongbalsituatie, beide duimen omhoog en dan wijzen in de richting van de pijl
14. Sprongbalsituatie, beide duimen omhoog en dan wijzen in de richting van de pijl
Teken 15: Lopen, de vuisten om elkaar draaien
15. Lopen, de vuisten om elkaar draaien
Teken 16: Dubbel dribbelen, kloppende beweging met de handpalm
16. Dubbel dribbelen, kloppende beweging met de handpalm
Teken 17: Bal dragen, halve draai met de handpalm
17. Bal dragen, halve draai met de handpalm
Teken 18: 3 seconden, de arm zwaaien met drie vingers
18. 3 seconden, de arm zwaaien met drie vingers
Teken 19: 5 seconden, vijf vingers tonen
19. 5 seconden, vijf vingers tonen
Teken 20: 8 seconden, acht vingers tonen
20. 8 seconden, acht vingers tonen
Teken 21: Schotklok verlopen, de vingers raken de schouder
21. Schotklok verlopen, de vingers raken de schouder
Teken 22: Terugspelen naar het achterveld, de arm zwaaien voor het lichaam
22. Terugspelen naar het achterveld, de arm zwaaien voor het lichaam
Teken 23: Opzettelijk met de voet, naar de voet wijzen
23. Opzettelijk met de voet, naar de voet wijzen
Teken 24: Goaltending of interference, de wijsvinger boven de andere hand in een cirkel ronddraaien
24. Goaltending of interference, de wijsvinger boven de andere hand in een cirkel ronddraaien
Teken 25: Vasthouden, de pols vastpakken en omlaag bewegen
25. Vasthouden, de pols vastpakken en omlaag bewegen
Teken 26: Blocking of illegale screen, beide handen in de zij
26. Blocking of illegale screen, beide handen in de zij
Teken 27: Duwen of charging zonder bal, een duw nabootsen met beide handen
27. Duwen of charging zonder bal, een duw nabootsen met beide handen
Teken 28: Handcheck, de handpalm vastpakken en naar voren bewegen
28. Handcheck, de handpalm vastpakken en naar voren bewegen
Teken 29: Onjuist gebruik van de handen, met de hand op de pols slaan
29. Onjuist gebruik van de handen, met de hand op de pols slaan
Teken 30: Charging met de bal, de gebalde vuist slaat in de open hand
30. Charging met de bal, de gebalde vuist slaat in de open hand
Teken 31: Illegale cilinder, beide armen met open hand verticaal omlaag en omhoog bewegen
31. Illegale cilinder, beide armen met open hand verticaal omlaag en omhoog bewegen
Teken 32: Fout door het team in balbezit, de gebalde vuist wijst naar de basket van het team dat de fout maakte
32. Fout door het team in balbezit, de gebalde vuist wijst naar de basket van het team dat de fout maakte
Teken 33: Fout op een schietende speler, een arm met gebalde vuist en dan het aantal vrije worpen
33. Fout op een schietende speler, een arm met gebalde vuist en dan het aantal vrije worpen
Teken 41: Fout, niet op een schietende speler, een arm met gebalde vuist en dan naar de vloer wijzen
41. Fout, niet op een schietende speler, een arm met gebalde vuist en dan naar de vloer wijzen
Teken 34: Dubbelfout, de gebalde vuisten van beide handen zwaaien
34. Dubbelfout, de gebalde vuisten van beide handen zwaaien
Teken 35: Technische fout, een T vormen met de open handen
35. Technische fout, een T vormen met de open handen
Teken 36: Disruptieve fout, een arm met gebalde vuist en dan twee vingers op gezichtshoogte
36. Disruptieve fout, een arm met gebalde vuist en dan twee vingers op gezichtshoogte
Teken 37: Flagrante fout, de pols vastpakken en omhoog bewegen
37. Flagrante fout, de pols vastpakken en omhoog bewegen
Teken 38: Diskwalificerende fout, de gebalde vuisten van beide handen omhoog
38. Diskwalificerende fout, de gebalde vuisten van beide handen omhoog
Teken 39: Fout faken, de onderarm twee keer laten zakken
39. Fout faken, de onderarm twee keer laten zakken
Teken 40: Aantal vrije worpen, een, twee of drie vingers omhoog bij het melden aan de tafel
40. Aantal vrije worpen, een, twee of drie vingers omhoog bij het melden aan de tafel
Raster met de eenenveertig scheidsrechterssignalen uit deze les
. Raster met de eenenveertig scheidsrechterssignalen uit deze les

Het raster zet dezelfde 41 signalen naast elkaar.

De tafel

De scorer en het wedstrijdformulier

De scorer houdt het wedstrijdformulier bij op papier of digitaal in het DWF. Het thuisteam is team A en staat bovenaan. Voor de wedstrijd zet elke coach een kruisje bij de vijf spelers die beginnen en tekent het formulier. Tijdens de wedstrijd houdt de scorer bij:

Hij waarschuwt meteen een scheidsrechter als een speler of coach moet worden uitgesloten en als een coach geen time-out meer heeft. De assistent-scorer bedient het scorebord. Bij een verschil dat niet is op te lossen geldt het formulier. Een fout op het formulier herstelt de scorer in overleg met de crew chief, binnen de grenzen van de herstelbare fouten uit les 12.

De timer en de wedstrijdklok

De timer bedient de wedstrijdklok en een stopwatch. Hij meet de speeltijd, de time-outs en de pauzes. Wanneer hij de wedstrijdklok start en stopt las je in les 4 van de cursus.

Na elke fout steekt hij het bordje met het aantal fouten van die speler omhoog, zodat beide coaches het zien. Hij meldt een scheidsrechter direct dat een speler zijn laatste fout heeft gemaakt. Zodra de teamfoutenregel ingaat zet hij het rode teamfoutenbordje aan de kant van dat team. Zijn signaal klinkt alleen bij een dode bal en stopt de klok niet. Bij een time-out start hij de stopwatch zodra de scheidsrechter fluit en het teken geeft. Na 50 seconden geeft hij een signaal en nog een als de time-out voorbij is.

De schotklokoperator

De schotklokoperator start de schotklok zodra een team balbezit krijgt en bij een inworp zodra de bal een speler op het veld raakt. In les 7 las je wanneer hij de klok stilzet, terugzet op 24 of 14 of uitzet. Zijn signaal stopt het spel alleen als een team balbezit heeft.

Situaties in de zaal

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

Een bal gaat bij de zijlijn uit na contact tussen Anna (rood) en Bas (blauw). De crew chief wijst de inworp toe aan rood, de andere scheidsrechter wijst tegelijk naar blauw. Ze blijven het oneens. Wie beslist?

De crew chief neemt de uiteindelijke beslissing, zo nodig na overleg met zijn collega en de tafel. Als de scheidsrechters van mening verschillen neemt de crew chief de uiteindelijke beslissing; daarvoor mag hij de andere scheidsrechter en de tafel raadplegen.

Chris (rood) scoort met een sprongschot van binnen de driepuntslijn. De bal valt door de basket en de wedstrijdklok loopt door. Wat doe je als scheidsrechter?

Niet fluiten, alleen het teken voor 2 punten geven. De scheidsrechters fluiten niet na een score, niet na een vrije worp die raak is en niet als de bal levend wordt; de score geef je aan met het teken.

Terwijl de bal levend is, maakt een wisselspeler van blauw vanaf de bank een respectloze opmerking tegen een scheidsrechter. De bank ligt buiten de lijnen. Mag de scheidsrechter daar iets mee doen?

Ja, zijn bevoegdheid geldt ook buiten de lijnen, bij de tafel en in de bankgebieden. De scheidsrechters beslissen over overtredingen van de regels binnen en buiten de lijnen, met inbegrip van de vloer bij de tafel, de bankgebieden en de ruimte direct achter de lijnen.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Geef na elke fluit in de juiste volgorde aan wat je zag en hoef zelden iets uit te leggen. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid op het veld, op de tribune of aan de tafel, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler(prijs per speler bij aankoop van vier toegangscodes)

Bekijk de pakketten

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.