Het speelveld: welke lijn hoort waar bij, de basket en de bal
Het speelveld is 28 bij 15 meter en de ring hangt op 3,05 meter. De kern van elke discussie over lijnen is dat een lijn soms wel en soms niet bij het gebied hoort dat hij begrenst: de zijlijn hoort niet bij het veld, de driepuntslijn hoort niet bij het driepuntsgebied, maar de lijnen van de beperkte zone en van de no-charge halve cirkel horen er wel bij. Hieronder staat het hele veld, met de tekening van alle lijnen en gebieden, de basket en de bal.
Het veld van 28 bij 15 meter
Het speelveld
Het speelveld is een vlakke en harde vloer zonder obstakels. Het is 28 meter lang en 15 meter breed, gemeten vanaf de binnenkant van de lijnen. Om het veld heen hoort een vrije strook van minstens 2 meter. Daar staat niets en zit niemand, ook de bank niet.
Alle lijnen zijn 5 centimeter breed en duidelijk te zien tegen de vloer. Sinds 2026 mogen ze in kleur verschillen. Daarbij gelden twee vaste afspraken. Alle grenslijnen hebben dezelfde kleur: de zijlijnen, de eindlijnen, de inworplijnen en de lijnen van de bankgebieden. Elk paar markeringen heeft op beide helften dezelfde kleur, zoals de twee driepuntslijnen. De middenlijn en de middencirkel mogen een eigen kleur hebben.
Welke lijn hoort waar bij
De kern van deze les is dat een lijn soms wel en soms niet bij het gebied hoort dat hij begrenst. Leer dit rijtje uit je hoofd.
| Lijn | Hoort bij | Wat dat betekent |
|---|---|---|
| zijlijn en eindlijn | niet bij het speelveld | een voet op de lijn is uit |
| middenlijn | het achterveld | wie op de middenlijn staat is nog in zijn achterveld |
| lijnen van de beperkte zone | de beperkte zone | een voet op de lijn telt als in de zone |
| driepuntslijn | niet bij het driepuntsgebied | een voet op de lijn is een schot voor 2 punten |
| lijn van de no-charge halve cirkel | de no-charge halve cirkel | een voet op de lijn telt als in de halve cirkel |
De plek waar een speler de vloer raakt bepaalt waar hij is. In de lucht houdt hij de plek waar hij het laatst stond. Dat geldt voor al deze lijnen.
De gebieden op het veld
Voorveld en achterveld
Je voorveld is de helft met de basket van de tegenstander, waar jouw team scoort. Dat heet ook de aanvalshelft. Je achterveld is de helft met je eigen basket, ook wel de verdedigingshelft. De middenlijn steekt aan beide kanten 15 centimeter buiten het veld uit en hoort bij het achterveld. Na de rust wisselen de teams van basket en dan draaien voorveld en achterveld om.
De middencirkel
De middencirkel ligt in het midden van het veld en heeft een straal van 1,80 meter, gemeten tot de buitenkant van de lijn. Hier begint de wedstrijd met de sprongbal.
De beperkte zone
De beperkte zone is de rechthoek onder elke basket. In de zaal heet die de bucket. De zone wordt begrensd door de eindlijn, de vrijeworplijn en twee lijnen die vanaf de eindlijn naar de vrijeworplijn lopen. Die twee lijnen liggen elk op 2,45 meter van het midden van de eindlijn. Ze horen bij de zone en de eindlijn niet.
De vrijeworplijn en de halve cirkel
De vrijeworplijn is 3,60 meter lang en loopt evenwijdig aan de eindlijn. De verste rand ligt op 5,80 meter van de eindlijn. Om het midden ervan ligt een halve cirkel met een straal van 1,80 meter. Daarin staat de schutter bij een vrije worp.
De driepuntslijn
Het driepuntsgebied is het hele veld behalve het stuk bij de basket van de tegenstander. Dat stuk wordt begrensd door een boog met een straal van 6,75 meter vanaf het punt onder het midden van de ring. Opzij wordt het begrensd door twee rechte lijnen op 0,90 meter van de zijlijn. In de hoeken is de afstand tot de ring dus kleiner. De lijn zelf hoort niet bij het driepuntsgebied. Als je met een teen op de lijn staat dan scoor je 2 punten. Op televisie zie je bij de NBA een lijn op 7,24 meter. Bij de NBB geldt 6,75 meter.
De no-charge halve cirkel
Onder elke basket ligt een kleine halve cirkel met een straal van 1,30 meter vanaf het punt onder het midden van de ring. Aan beide kanten zit een kort recht stukje. Onder de voorkant van het bord sluit een denkbeeldige lijn het gebied af. De lijn van de halve cirkel hoort bij het gebied. Wat de halve cirkel doet bij contact lees je in les 9 van de cursus.
De inworplijn
Aan elke zijlijn liggen buiten het veld twee streepjes van 15 centimeter: de inworplijnen. Ze liggen op 8,325 meter van de dichtstbijzijnde eindlijn, ter hoogte van de top van de driepuntslijn. Daar wordt ingenomen na een disruptieve, flagrante of diskwalificerende fout. Daar wordt ook ingenomen na een time-out in de laatste 2 minuten van het vierde kwart en de verlenging, als de coach daarvoor kiest. Meer daarover lees je in les 5 en 11 van de cursus.
De bankgebieden
Buiten het veld liggen aan de kant van de tafel de twee bankgebieden. Daar zitten de coach, de assistent-coach, de wisselspelers, de spelers met vijf fouten en de begeleiders. Ieder ander zit minstens 2 meter achter de bank. De tafel staat tussen de bankgebieden in.

Op de tekening zie je het hele veld van boven met de middencirkel op de middenlijn. Aan elke kant liggen de beperkte zone met de vrijeworplijn en de halve cirkel, de driepuntslijn en de no-charge halve cirkel onder de basket. Je ziet ook de inworplijnen aan de zijlijn en de bankgebieden aan de kant van de tafel. Het voorveld van rood is het achterveld van blauw en andersom.
De basket en de bal
Elke basket bestaat uit een bord, een ring en een net. De ring hangt met de bovenkant op 3,05 meter boven de vloer. In de competitie is het een klapring die meeveert bij een dunk. Het bord hangt boven het veld met de voorkant 1,20 meter voor de eindlijn. Het bord hoort bij het voorveld of het achterveld. Alleen de achterkant van het bord is uit. De precieze maten staan in een apart FIBA-document over het materiaal.
Mannen en jongens vanaf U16 spelen met een bal van maat 7 en vrouwen en meisjes met maat 6. De jongste jeugd speelt met een kleinere bal en met de ring lager. Die maten per leeftijd lees je in les 13 van de cursus.

Op de tekening zie je de basket van opzij: het bord, de ring met de bovenkant op 3,05 meter en het net.

Op deze tekening zie je de no-charge halve cirkel van boven. Je ziet de boog van 1,30 meter rond het punt onder het midden van de ring en de twee korte rechte stukjes. De denkbeeldige lijn onder de voorkant van het bord sluit het gebied af.
De klokken en de tafel
Op elke wedstrijd horen twee klokken: de wedstrijdklok voor de speeltijd en de schotklok voor de 24 seconden. De schotklok en de timer hebben elk een eigen signaal. Die signalen zijn hard en duidelijk verschillend. Een time-out wordt geklokt met een stopwatch of een ander zichtbaar apparaat en nooit met de wedstrijdklok.
Op de tafel liggen verder het wedstrijdformulier en de pijl voor het beurtelings balbezit. Ook de bordjes voor de fouten van spelers en coach en de bordjes voor de teamfouten liggen daar. Hoe de tafel daarmee werkt lees je in les 17 van de cursus.
Voordat je begint
Voor de wedstrijd keurt de crew chief al het materiaal. Hij wijst de officiële wedstrijdklok, schotklok en stopwatch aan en kiest de wedstrijdbal uit minstens twee gebruikte ballen van het thuisteam. Loop zelf ook even rond en let op drie dingen. Hangen de ringen recht en zijn de netten heel? Staan beide klokken goed en werken de signalen? Hebben de lijnen op beide helften dezelfde kleur? Wat niet klopt meld je voor het begin bij de scheidsrechter.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Anna (rood) schiet vanuit de hoek van het voorveld zonder te springen. Op het moment dat de bal haar handen verlaat staat haar linkervoet op de driepuntslijn en haar rechtervoet erachter. De bal gaat erin. Hoeveel punten tel je?
Twee punten, want de driepuntslijn hoort niet bij het driepuntsgebied. De driepuntslijn maakt geen deel uit van het driepuntsgebied. De plaats van een speler is waar hij de vloer raakt. Met een voet op de lijn schiet Anna dus vanuit het tweepuntsgebied.
Bas (rood) vangt een pass bij de zijlijn en blijft staan met de bal in zijn handen. Zijn rechtervoet staat helemaal in het veld en zijn linkervoet op de zijlijn. Wat beslis je?
Bas is uit, want de zijlijn hoort niet bij het speelveld. Het speelveld wordt begrensd door de eindlijnen en de zijlijnen. Die lijnen horen niet bij het speelveld. Een speler die de lijn raakt is uit.
Dana (blauw) dribbelt vanuit haar achterveld richting de middenlijn. Ze stopt met beide voeten op de middenlijn en heeft de bal nog in haar handen. In welk deel van het veld is Dana?
In haar achterveld, want de middenlijn hoort bij het achterveld. De middenlijn hoort bij het achterveld. Een team is pas met de bal in het voorveld als de dribbelaar met beide voeten en de bal helemaal in het voorveld is.