Deze les was er één van achttien. In de cursus krijg je ze allemaal, met de oefenvragen, de memokaarten, onbeperkt proefexamens van 30 vragen op de maat van de toets van Basketball Nederland en als pluspunt de jeugdregels van Nederland, 3x3, de techniek en de tactiek. Een jaar toegang, direct na je betaling.
Met de bal in de hand: de dribbel, de pivotvoet en de twee stappen
Dit is les 6 van de 18, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee naar de zaal. Gratis, zonder account. Bevalt het? Dan heb je de andere zeventien lessen voor 29,95, of vanaf 14,99 per speler samen met je kind of je hele team. Ontvang direct je toegangscode en begin meteen.
Start direct vanaf € 14,99 per speler(prijs per speler bij aankoop van vier toegangscodes)
Wat je na deze les kunt
- zeggen wanneer een dribbel begint en eindigt en wat geen dribbel is
- de drie gevallen noemen waarin je na je dribbel opnieuw mag dribbelen
- de pivotvoet aanwijzen en lopen herkennen, ook bij een speler die valt
Dribbelen of vasthouden
Met de bal in je handen mag je dribbelen. Je mag hem ook vasthouden en wegspelen met een pass of een schot. Rennen met de bal hoort daar niet bij. Dubbel dribbelen en lopen zijn overtredingen en geen fouten, dus er volgen geen vrije worpen. De straf is balverlies. De tegenstander krijgt een inworp op de plek het dichtst bij de overtreding, maar nooit recht achter het bord.
Begin en einde
Een dribbel is de bal die je met controle naar de vloer speelt door hem te werpen, te tikken, te rollen of te laten stuiten. Hij begint zodra je de bal weer aanraakt voordat een andere speler hem raakt. Hij eindigt zodra je de bal met twee handen tegelijk aanraakt of hem in een of beide handen tot rust laat komen. Vanaf dat moment houd je de bal vast en geldt de loopregel.
Tijdens de dribbel mag je hand niet onder de bal om hem te dragen. De bal mag ook niet even rusten. Je mag onbeperkt stappen zetten zolang de bal niet in je hand is.
Wat geen dribbel is
- een schot dat je zelf weer pakt
- een fumble: de bal per ongeluk verliezen en weer pakken
- de bal wegtikken uit een kluwen spelers of uit de handen van een tegenstander
- een pass van richting veranderen en pakken
- de bal van hand naar hand werpen zolang je niet loopt
- de bal tegen het bord gooien en zelf weer pakken
Wie nog niet gedribbeld heeft mag na die bordpass dus nog dribbelen.
De hoofdregel en de drie uitzonderingen
Is je dribbel geƫindigd, dan mag je niet opnieuw dribbelen. Doe je het toch, dan is dat dubbel dribbelen, in het Engels double dribble. Sinds 1 oktober 2026 staat duidelijk in de regels wanneer een tweede dribbel wel mag. Je moet dan de controle over de bal verloren hebben door een van deze drie dingen.
- Een schot op de basket. Mis je en pak je de bal zelf, dan mag je opnieuw dribbelen.
- Een aanraking van de bal door een tegenstander, bijvoorbeeld een tik waardoor de bal uit je handen komt.
- Een pass of fumble waarbij de bal een andere speler raakt of door een andere speler wordt geraakt. Dat mag een teamgenoot of een tegenstander zijn.
Let op drie valkuilen. Gooi je de bal zelf tegen het been van een tegenstander, dan heeft hij de bal niet geraakt maar de bal hem. Dribbel je daarna opnieuw, dan is dat dubbel dribbelen. Raakt een verdediger de bal terwijl jij hem stevig vasthoudt, dan ben je de controle niet kwijt en mag je niet opnieuw dribbelen. Gooi je na je dribbel de bal tegen het bord en laat je hem stuiten, dan is dat je tweede dribbel.
Wat lopen is
Lopen, in het Engels travelling, is met een of beide voeten verder gaan dan de regels toestaan terwijl je een levende bal vasthoudt. Zolang je dribbelt kun je niet lopen. Het tellen begint zodra de bal in je handen rust.
De pivotvoet
Sta je stil met de bal, dan mag je een voet verplaatsen maar niet allebei. De voet die blijft staan heet de pivotvoet. Met de andere voet stap je zo vaak je wilt in elke richting. Dat is pivoteren. Vang je de bal met beide voeten op de vloer, dan wordt de andere voet je pivotvoet zodra je een voet optilt. Daarna mag je nog twee dingen:
- dribbelen: de bal moet uit je handen zijn voordat je pivotvoet van de vloer komt
- passen of schieten: je mag van je pivotvoet afspringen, maar geen voet mag de vloer weer raken voordat de bal weg is
Daarom is een sprongschot geen lopen: de speler laat de bal gaan en landt daarna. Springt hij af en landt hij met de bal nog in zijn handen, dan is het wel lopen.
De gather
De meeste discussie op de tribune gaat over de speler in beweging. Hij vangt de bal in volle vaart of eindigt zijn dribbel op weg naar de basket. Het moment waarop de bal tot rust komt in zijn handen heet het verzamelen van de bal, in het Engels de gather. Vanaf dat moment telt de scheidsrechter stappen.
Na de gather mag je twee stappen zetten om te stoppen, te passen of te schieten. De eerste stap is de eerste voet die de vloer raakt nadat je de bal verzameld hebt, of beide voeten tegelijk. De tweede stap is de andere voet, of weer beide voeten tegelijk. Let op het woord "nadat": de voet die al op de vloer stond toen je de bal verzamelde telt niet. Het publiek telt die voet wel mee. Daar komt het geroep "dat was lopen" bij een goede lay-up vandaan.
Wat je daarna mag
- dribbelen: de bal moet weg zijn voordat de tweede stap de vloer raakt
- eerste stap op beide voeten tegelijk: elke voet mag pivotvoet zijn; op een voet: alleen die voet
- eerste stap op een voet, dan landen op beide voeten tegelijk: geen pivotvoet meer, wel opspringen voor een schot of pass
- nooit twee keer achter elkaar dezelfde voet of beide voeten: links, links, rechts is lopen
Je zet dus twee stappen en niet meer. De tekening laat beide situaties zien.

Op de tekening zie je twee spelers van boven. Links vangt een speler de bal met beide voeten op de vloer. De voet die hij optilt is open getekend. De andere voet is zijn pivotvoet, met een boog voor het pivoteren. Rechts verzamelt een speler in beweging de bal met een voet op de vloer. Die voet heeft geen nummer. Daarna volgen stap 1, stap 2 en een doorgekruiste derde stap, want een derde stap met de bal is lopen.
De speler die valt
Wie met de bal valt maakt geen overtreding, ook niet als hij doorglijdt. Dat geldt ook voor wie op de vloer ligt of zit en daar een losse bal pakt. De grens ligt bij wat daarna komt. Rolt hij met de bal of staat hij op met de bal in zijn handen, dan is het lopen. Liggend passen of een dribbel beginnen mag. Al dribbelend opstaan mag ook.
De voet en de vuist
De bal speel je met je handen. Opzettelijk schoppen, de bal met je been tegenhouden of met de vuist slaan is een overtreding. Dat geldt ook voor de bal tussen je benen klemmen voor een schijnbeweging. Raakt de bal per ongeluk je been, dan is er niets gebeurd: de scheidsrechter beoordeelt de bedoeling.
Wat het publiek lopen noemt
| Wat je ziet | Wat het is |
|---|---|
| gather met een voet op de vloer, twee stappen, lay-up | goed: de voet bij de gather telt niet |
| drie keer met de vrije voet om een verdediger heen | goed: pivoteren mag onbeperkt |
| de pivotvoet verschuiven voordat de bal naar de vloer gaat | lopen |
| afspringen met de bal en weer landen voordat de bal weg is, of een derde stap | lopen |
Bij de jeugd in Nederland geldt het versneld innemen van de bal. Na lopen of dubbel dribbelen neemt het andere team de bal in het eigen achterveld meteen in, zonder check bij de scheidsrechter. Hoe dat werkt lees je in les 13.
- Als speler: oefen op de training de stop waarbij je na je eerste stap op een voet afspringt en op beide voeten tegelijk landt. Voel dat je daarna geen pivotvoet hebt. Vergelijk hem met de stop op een-twee, waar je er wel een hebt.
- Als beginnend scheidsrechter: kijk bij een speler die naar de basket gaat eerst naar de handen en pas daarna naar de voeten. Pas als de bal rust begin je te tellen, en je telt tot twee.
- Aan de tafel: schrijf niets op. Lopen en dubbel dribbelen zijn overtredingen, geen fouten, dus er komt geen fout op het formulier en er zijn geen vrije worpen. Kijk alleen welk team de bal krijgt.
Wie dit onderdeel beheerst hoort het geroep van de tribune en weet waarom de scheidsrechter laat doorspelen.
De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:
- Rust de bal in je handen, dan is je dribbel voorbij: je dribbelt niet opnieuw.
- Nieuwe dribbel na een schot, een tik van de tegenstander of een geraakte pass.
- Vang je stilstaand, dan is de voet die je optilt vrij en de andere pivotvoet.
- In beweging telt de voet bij de gather niet mee en zet je nog twee stappen.
- Vallen en glijden met de bal mag, maar rollen of opstaan met de bal is lopen.

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.
Zeven vragen, direct antwoord
0 van 7 beantwoord
Zo leer je de rest van de regels
2 spelers
2 toegangscodes
€39,95
€ 19,98 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
4 spelers
4 toegangscodes
€59,95
€ 14,99 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
Elk pakket geeft twaalf maanden toegang tot de hele cursus, met één toegangscode per speler, direct na je betaling. De regels in de cursus komen uit de FIBA Official Basketball Rules 2026, de spelregels die Basketball Nederland aanwijst, met de FIBA Interpretations 2026 en de Nederlandse bepalingen van de bond. De cursus zelf is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 meer dan 10.000 opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze. Je rekent af bij BRIDGE 58 B.V., het bedrijf achter BASKETBAL 58, met iDEAL of een kaart, inclusief btw.