BASKETBAL 58 — Leer en Speel

Was dat lopen? De dribbel, de pivotvoet en de twee stappen

Met de bal in je handen mag je dribbelen, passen of schieten, maar niet lopen. Sta je stil, dan houd je een pivotvoet op de vloer. Vang je de bal in beweging, dan telt de voet die al op de vloer staat niet mee en mag je nog twee stappen zetten. Daar komt het geroep bij een goede lay-up vandaan. Is je dribbel voorbij, dan dribbel je alleen opnieuw na een schot, een tik van een tegenstander of een pass die een ander raakt. De hele les staat gratis op deze site als proefles.

Twee manieren om de bal te verplaatsen

Dribbelen of vasthouden

Met de bal in je handen mag je dribbelen. Je mag hem ook vasthouden en wegspelen met een pass of een schot. Rennen met de bal hoort daar niet bij. Dubbel dribbelen en lopen zijn overtredingen en geen fouten, dus er volgen geen vrije worpen. De straf is balverlies. De tegenstander krijgt een inworp op de plek het dichtst bij de overtreding, maar nooit recht achter het bord.

De dribbel

Begin en einde

Een dribbel is de bal die je met controle naar de vloer speelt door hem te werpen, te tikken, te rollen of te laten stuiten. Hij begint zodra je de bal weer aanraakt voordat een andere speler hem raakt. Hij eindigt zodra je de bal met twee handen tegelijk aanraakt of hem in een of beide handen tot rust laat komen. Vanaf dat moment houd je de bal vast en geldt de loopregel.

Tijdens de dribbel mag je hand niet onder de bal om hem te dragen. De bal mag ook niet even rusten. Je mag onbeperkt stappen zetten zolang de bal niet in je hand is.

Wat geen dribbel is

Wie nog niet gedribbeld heeft mag na die bordpass dus nog dribbelen.

De nieuwe regel voor de tweede dribbel

De hoofdregel en de drie uitzonderingen

Is je dribbel geëindigd, dan mag je niet opnieuw dribbelen. Doe je het toch, dan is dat dubbel dribbelen, in het Engels double dribble. Sinds 1 oktober 2026 staat duidelijk in de regels wanneer een tweede dribbel wel mag. Je moet dan de controle over de bal verloren hebben door een van deze drie dingen.

  1. Een schot op de basket. Mis je en pak je de bal zelf, dan mag je opnieuw dribbelen.
  2. Een aanraking van de bal door een tegenstander, bijvoorbeeld een tik waardoor de bal uit je handen komt.
  3. Een pass of fumble waarbij de bal een andere speler raakt of door een andere speler wordt geraakt. Dat mag een teamgenoot of een tegenstander zijn.

Let op drie valkuilen. Gooi je de bal zelf tegen het been van een tegenstander, dan heeft hij de bal niet geraakt maar de bal hem. Dribbel je daarna opnieuw, dan is dat dubbel dribbelen. Raakt een verdediger de bal terwijl jij hem stevig vasthoudt, dan ben je de controle niet kwijt en mag je niet opnieuw dribbelen. Gooi je na je dribbel de bal tegen het bord en laat je hem stuiten, dan is dat je tweede dribbel.

Lopen: de pivotvoet

Wat lopen is

Lopen, in het Engels travelling, is met een of beide voeten verder gaan dan de regels toestaan terwijl je een levende bal vasthoudt. Zolang je dribbelt kun je niet lopen. Het tellen begint zodra de bal in je handen rust.

De pivotvoet

Sta je stil met de bal, dan mag je een voet verplaatsen maar niet allebei. De voet die blijft staan heet de pivotvoet. Met de andere voet stap je zo vaak je wilt in elke richting. Dat is pivoteren. Vang je de bal met beide voeten op de vloer, dan wordt de andere voet je pivotvoet zodra je een voet optilt. Daarna mag je nog twee dingen:

Daarom is een sprongschot geen lopen: de speler laat de bal gaan en landt daarna. Springt hij af en landt hij met de bal nog in zijn handen, dan is het wel lopen.

In beweging: de bal verzamelen en twee stappen

De gather

De meeste discussie op de tribune gaat over de speler in beweging. Hij vangt de bal in volle vaart of eindigt zijn dribbel op weg naar de basket. Het moment waarop de bal tot rust komt in zijn handen heet het verzamelen van de bal, in het Engels de gather. Vanaf dat moment telt de scheidsrechter stappen.

Na de gather mag je twee stappen zetten om te stoppen, te passen of te schieten. De eerste stap is de eerste voet die de vloer raakt nadat je de bal verzameld hebt, of beide voeten tegelijk. De tweede stap is de andere voet, of weer beide voeten tegelijk. Let op het woord "nadat": de voet die al op de vloer stond toen je de bal verzamelde telt niet. Het publiek telt die voet wel mee. Daar komt het geroep "dat was lopen" bij een goede lay-up vandaan.

Wat je daarna mag

Je zet dus twee stappen en niet meer. De tekening laat beide situaties zien.

Van boven: links een speler die de bal vangt met beide voeten op de vloer en de pivotvoet kiest, rechts een speler die in beweging de bal verzamelt en daarna de stappen 1 en 2 zet, met een doorgekruiste derde stap

Op de tekening zie je twee spelers van boven. Links vangt een speler de bal met beide voeten op de vloer. De voet die hij optilt is open getekend. De andere voet is zijn pivotvoet, met een boog voor het pivoteren. Rechts verzamelt een speler in beweging de bal met een voet op de vloer. Die voet heeft geen nummer. Daarna volgen stap 1, stap 2 en een doorgekruiste derde stap, want een derde stap met de bal is lopen.

Vallen, liggen en de voet of vuist

De speler die valt

Wie met de bal valt maakt geen overtreding, ook niet als hij doorglijdt. Dat geldt ook voor wie op de vloer ligt of zit en daar een losse bal pakt. De grens ligt bij wat daarna komt. Rolt hij met de bal of staat hij op met de bal in zijn handen, dan is het lopen. Liggend passen of een dribbel beginnen mag. Al dribbelend opstaan mag ook.

De voet en de vuist

De bal speel je met je handen. Opzettelijk schoppen, de bal met je been tegenhouden of met de vuist slaan is een overtreding. Dat geldt ook voor de bal tussen je benen klemmen voor een schijnbeweging. Raakt de bal per ongeluk je been, dan is er niets gebeurd: de scheidsrechter beoordeelt de bedoeling.

Wat het publiek lopen noemt

Wat je zietWat het is
gather met een voet op de vloer, twee stappen, lay-upgoed: de voet bij de gather telt niet
drie keer met de vrije voet om een verdediger heengoed: pivoteren mag onbeperkt
de pivotvoet verschuiven voordat de bal naar de vloer gaatlopen
afspringen met de bal en weer landen voordat de bal weg is, of een derde staplopen

Bij de jeugd in Nederland geldt het versneld innemen van de bal. Na lopen of dubbel dribbelen neemt het andere team de bal in het eigen achterveld meteen in, zonder check bij de scheidsrechter. Hoe dat werkt lees je in les 13 van de cursus.

Situaties in de zaal

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

Anna (rood) dribbelt in het voorveld, stopt en houdt de bal met beide handen vast. Niemand raakt de bal aan. Dan laat ze de bal opnieuw op de vloer stuiten en dribbelt verder. Wat fluit je?

Dubbel dribbelen: inworp voor blauw op de plek het dichtst bij de overtreding. Haar dribbel eindigde toen ze de bal met beide handen aanraakte, en ze verloor daarna de controle niet door een schot, een aanraking van een tegenstander of een pass of fumble die een andere speler raakte. De straf voor een overtreding is een inworp voor de tegenstander vanaf de dichtstbijzijnde plek.

Bas (rood) eindigt zijn dribbel en geeft een pass naar Chris (rood). De bal raakt per ongeluk het been van verdediger Dana (blauw), stuit op de vloer en komt terug bij Bas, die hem pakt en opnieuw begint te dribbelen. Wat beslis je?

Doorspelen, Bas mag opnieuw dribbelen. Bij een pass raakte de bal een andere speler. Daarmee is de controle verloren en mag Bas een nieuwe dribbel beginnen.

Anna (rood) eindigt haar dribbel vlak voor verdediger Bas (blauw). Ze gooit de bal opzettelijk tegen zijn been, vangt hem terug en begint opnieuw te dribbelen. Wat beslis je?

Dubbel dribbelen door Anna: inworp voor blauw. Bas raakte de bal niet, maar de bal raakte Bas. Anna verloor de controle dus niet door een aanraking van een tegenstander en mag niet opnieuw dribbelen.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Hoor het geroep van de tribune en weet waarom de scheidsrechter laat doorspelen. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid op het veld, op de tribune of aan de tafel, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler(prijs per speler bij aankoop van vier toegangscodes)

Bekijk de pakketten

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.